Het klinkt heel eenvoudig, het aansteken van een houtkachel. Elke houtstoker houdt er zijn eigen methodes op na. Gelukkig gebruiken de meeste mensen goede materialen als aanmaakblokjes bij het aansteken van de kachel. Maar er zijn ook te veel gevallen bekend waarbij er bijvoorbeeld kranten of zelfs vloeibaar ontstekingsmateriaal gebruikt wordt. Er is echter een methode die verrassend eenvoudig en effectief is. De Zwitserse methode.
Waarom de houtkachel aansteken met de Zwitserse methode?
De Zwitserse methode houdt in dat u het vuur ‘omgekeerd’ ontsteekt. Dit betekent dat u de aanmaakblokjes niet onder, maar boven het aanmaakhout plaatst. Het voordeel hiervan is dat het vuur van de aanmaakblokjes alvast het rookkanaal verwarmt. Dit zorgt voor een goede basistemperatuur in het rookkanaal. Deze temperatuur is nodig om de juiste hoeveelheid trek te genereren in het rookkanaal zodat de rookgassen daadwerkelijk via uw rookkanaal de woning verlaten en niet via de openingen van de haard (terugslag).
Een ander voordeel van het Zwitsers aansteken is dat u niet meteen het aanmaakhout ontbrandt. Dit zorgt er weer voor dat er een minimale hoeveelheid rookontwikkeling ontstaat in de opstartfase van de houthaard. U verbrandt in de beginfase namelijk alleen het aanmaakblokje en rook dat er niet is kan ook niet de woonkamer inslaan. In een later stadium zal het aanmaakhout ook ontbranden, maar dan is er al reeds voldoende temperatuur en trek in het rookkanaal opgebouwd om de rookgassen af te voeren.
De kachel inrichten volgens de Zwitserse methode
De manier waarop u het hout in de haard legt is essentieel voor het slagen van de Zwitserse methode. Een goed begin is daarom het halve werk. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad wanneer er op de bodem van de houtkachel een laagje van één of twee centimeter as ligt. As is een prima isolatiemateriaal en helpt daarom met het opbouwen van temperatuur in de brandkamer.
Plaats bovenop de aslaag twee blokken hout van ongeveer een polsdikte. Dit zijn al de houtstammen die veel mensen na het opstarten van de kachel op het vuur zouden plaatsen. U zult namelijk merken dat u veel langer met de eerste portie hout kunt stoken dan met andere aanmaakmethodes.Het bespaart dus ook nog eens één keer de moeite voor het vullen van de kachel.
Bovenop de polsdikke houtblokken plaatst u kruislings dunne stroken aanmaakhout. Werk van groot naar klein. Let daarnaast op dat u het aanmaakhout zo dusdanig stapelt dat het bij ontbranding niet naar voren valt tegen de glasruit. Zo voorkomt u dat stukken aanmaakhout die tegen de glasruit aanliggen aanslagplekken veroorzaken op de ruit. Deze plekken zijn namelijk lastig schoon te maken!
Het ontsteken van de kachel volgens het omgekeerde principe
Bovenop de dunste stroken aanmaakhout plaatst u een aantal aanmaakblokjes. Wanneer u deze aansteekt zult u zien dat de kachel ontsteekt met minder rookontwikkeling. De kans op terugslag is met een (goed uitgevoerde) Zwitserse Methode erg klein, maar nooit helemaal uit te sluiten.
Schoorsteentrek is namelijk een natuurverschijnsel waarop wij als mensen geen invloed hebben. Alle factoren moeten kloppen om de rook op de juiste manier via het rookkanaal de woning te laten verlaten. Het aansteken van de kachel is één ding. Ook de kachel die u gebruikt, de staat en kwaliteit van het rookkanaal en zelfs de weersomstandigheden spelen allemaal mee.
Geïnteresseerd geraakt in het bewuste stoken naar aanleiding van dit artikel? Meldt u dan gerust aan voor onze stooktraining. Tijdens een gezellige avond laten we in de praktijk zien hoe u op een schone en verantwoorde manier uw houtkachel gebruikt. Het aanmaken van de kachel komt aan bod, maar ook het gebruik van de kachel, de brandstoffen die u kunt gebruiken, de opslag van de brandstof en het onderhoud aan de haard slaan we niet over.


